Wat u van het "Nederlands-Engels Supplementvoor Landbouw- en Milieuwetenschappen" van T. Huitenga kunt verwachten
In het voorwoord van de twee verschenen woordenboeken staan de 50 vakgebieden waarvan de terminologie is opgenomen. Ze zijn ongeveer samen te vatten in de volgende opsomming: biowetenschappen, agrarische wetenschappen, milieuproblematiek, techniek, vervoer en wegverkeer, economie en bedrijfskunde, planologie, sociale wetenschappen, onderwijs en voorlichting.
Dit N-E Supplement verwijst op sommige plaatsen naar het "Nederlands-Engels Woordenboek voor Landbouwwetenschappen" (1976), maar is toch te beschouwen als een op zichzelf staand woordenboek, dat grotendeels informatie bevat die in andere woordenboeken niet voorkomt.
In een woordenboek staan altijd te weinig samenstellingen. Misschien vindt u in dit Supplement de samenstelling die u nodig heeft, bijvoorbeeld bij bedrijfs-, beheers-, bio-, blad-, bloem(en)-, bodem-, bos-, landschaps-, markt-, mest-, olie-, parkeer-, slib-, stads-, tuin-, wandel-, water-, weg-, winkel-.
Aan natuur en landschap is veel aandacht besteed. In dit woordenboek vindt u: beekdallandschap, oerbos, oerstroomdal, overstromingsgevaar, rivierdijkverzwaring, spreihoogveen, strandschoonmaak en samenstellingen met natuur-, oever-, plant-, polder-, recreatie-, rivier-, zand-. Ook botanische termen zijn goed vertegenwoordigd.
Dankzij 4 deskundigen kon een groot aantal termen worden opgenomen die te maken hebben met afvalverwerking en waterzuivering, bijvoorbeeld afvalterrein, beluchtingsbekken, bezinkingsafval /in rioolwater/, niet-afbreekbaar, pomprendement, reinwaterbekken, rioolgemaal, rookgasontzwaveling, saneren/sanering, slibverbrander, spaarbekken, stabilisatievijver, stortplaats, terugsaneringswaarde, waterkwaliteitseisen.
Termen in verband met de huishouding. - Velen van u kennen waarschijnlijk het zeventalige boekje "Landbouwtermen" uitgegeven door de Stichting Uitwisseling en Studiereizen voor het Platteland. Door correspondentie weten wij dat de gastgezinnen vaak tevergeefs termen in verband met de huishouding in hun woordenboeken zoeken, bijvoorbeeld: aanrecht, anti-bakpan, droogmolen, peuterschool, ruitewisser, tegoedbon, wasaanwijzing, wegwerpluiers. Woorden voor levensmiddelen en gerechten leveren ook vaak moeilijkheden op, mogelijk omdat ze onvertaalbaar zijn. Voorbeelden: banket, biefstuk, bami goreng, beschuit, chocoladehagelslag, rauwkost, saté /babi/, stamppot boerenkool, watergruwel, wentelteefjes. Dit Supplement levert wat dit aangaat een bescheiden bijdrage.
Op verzoek van collega's en oud-studenten van de auteur staat in dit Supplement een verhandeling over het ontstaan van de drie woordenboeken.
|