Wat u van het "Nederlands-Engels Woordenboekvoor Landbouwwetenschappen" van T. Huitenga kunt verwachten
In dit woordenboek zijn termen opgenomen betreffende de volgende vakgebieden: akker- en weidebouw, bedrijfsleer, bemestingsleer, bodemkunde, bosbouw, cultuurtechniek, dierziekten, ecologie, economie, fysische en sociaal-economische geografie, geologie, handel, landaanwinning, landbouwtechniek (werktuigen, gereedschap, machines, motoren, voertuigen, gebouwen, molenbouw, werkplaats), natuur- en landschapsbescherming, notariaat, onderwijs en voorlichting, onkruiden, organisatie(s), paard, planologie, plantkunde, planteziekten en plagen, pluimveeteelt, tropische en subtropische landbouw, tuinbouw (fruit-, groente-, bloembollen-, boomteelt, sierteelt, kasteelt), tuinbouwtechniek, veeteelt, veevoeding, voedseltechnologie (o.a. zuiveltechnologie en brouwtechnologie), wetenschappelijk onderzoek (laboratorium, etc.). De visserijtermen zijn hoofdzakelijk beperkt gebleven tot de voor Nederland en Groot-Brittanni‘ belangrijkste vissoorten.
Een deel van de trefwoorden heeft op zichzelf geen specifiek technische betekenis, maar dit kunnen juist de termen zijn die de vertaler de grootste last be-zorgen. Voorbeelden:
bestemmen: goederen voor Londen bestemmen = destine goods for London, maar een gebied voor een natuurreservaat bestemmen = designate (earmark) an area for a nature reserve. Een geneesmiddel toedienen = to administer a medi-cine, maar een meststof toedienen = to apply a fertilizer.
Er worden veel vertalingen en in sommige gevallen omschrijvingen van typisch Nederlandse begrippen gegeven. Hier volgen enige voorbeelden.
AANSLIBBING = accretion; silting-up. BEKLEMRECHT = tenure of land under a perpetual lease; /system of/ hereditary land tenure. KWELDER(S) = (kweldergebied) salt marsh(es), tidal marsh(es), marine foreland(s), high tidal land. SCHOR = /overgrown/ salt marsh. KNIPKLEI = claypan soil; sticky clay. VEENAFGRAVERIJ = (het afgraven; bedrijfstak) peat digging (cutting, harvesting), /the/ peat cutting, etc. industry; (plaats) peat pit, peatery, peat work-ings, peat excavation site. WATERBEHEER = water management. WATERBEHEERSING = water control.
Aanvullingen op verscheidene woordartikelen in dit woordenboek (aangeduid met :) worden gegeven in het "Nederlands-Engels Supplement voor Landbouw- en Milieuwetenschappen".
|