Wat u van ‘Agrarische Taalkunde’ van T. Huitenga kunt verwachten
Agrarische Taalkunde is bestemd voor ieder die belangstelling heeft voor taal(kunde) en de agrarische sector. De oorsprong van Nederlandse, Duitse, Engelse en Franse namen van landbouwhuisdieren, gewassen en veldtermen wordt besproken. Op veel plaatsen worden extra bijzonderheden gegeven. De overzichten van termen in vier talen vermelden vaak woorden die in algemene woordenboeken niet voorkomen of meestal onjuist worden vertaald. Veel gegevens zijn van praktisch nut.
Een groot deel van de inhoud bestaat uit herschreven artikelen in Eugeia, een klein periodiek dat heeft bestaan van 1967 tot 1980. Dit blad werd opgericht door Ir. L.G. Oldenbanning, toen directeur van de Rijks Hogere Landbouw-school, Groningen (nu Van Hall Instituut, Leeuwarden). Het was vooral bedoeld voor bedrijven en instellingen waar RHLS’ers werkten of werkzaam zouden kunnen zijn.
Dat de rubriek Agrarische Taalkunde het zo lang uithield was aan de lezers te danken. Soms was het aantal vragen en opmerkingen zo groot, dat een briefwisseling ontstond. Veel antwoorden op vragen zijn in dit boekje verwerkt. Sommige gegevens worden meermalen herhaald, waarschijnlijk eerder een voordeel dan een nadeel, doordat de oorspronkelijke artikelen in de loop van ruim tien jaar zijn verschenen.
In de taalkunde wordt etymologie (onderzoek naar de herkomst en geschiedenis van woorden) tegenwoordig minder belangrijk gevonden dan vroeger. Daar staat tegenover dat in het algemeen de belangstelling voor de oorsprong van woorden en uitdrukkingen is toegenomen. In de laatste tijd zijn hierover dan ook vrij veel boeken verschenen. We vinden het interessant te lezen dat het woord oogst afkomstig is van augustus en dat lady begonnen is als een woord voor ‘broodkneedster’. De geschiedenis van veel woorden staat min of meer vast, maar vaak moeten we genoegen nemen met vermoedens over de herkomst. De betekenis van een woord is de betekenis waarin dit woord wordt gebruikt. Dat de oorsprong van maarschalk ‘paardeknecht’ is speelt in de huidige tijd geen rol meer.
Aan de feitelijke inhoud gaat een reeks korte artikelen over taalfamilies en talen vooraf. Hierin worden termen als Oud-Saksisch, Oud-Engels en Oud-Hoogduits verklaard, die met vette letter zijn gedrukt, zodat ze gemakkelijk te vinden zijn. Achterin staan een bibliografie en een lijst van andere publicaties van de auteur, die zich meer met actuele dan met historische taalkunde heeft beziggehouden.
Agrarische Taalkunde eindigt met beknopte registers in het Nederlands, Duits, Engels en Frans.
|